Soorten luchtvervuiling Nederland

Stikstofdioxide (NO2)

De hoogste concentraties stikstofdioxide (NO2) komen voor tijdens de ochtend- en avondspits. Deze stof komt vrij door het (weg)verkeer, energieproductie en industrie. Daarnaast ontstaat NO2 uit een reactie tussen stikstofmonoxide en ozon. Het weer en de verkeersdrukte hebben grote invloed op de concentratie. De wettelijke norm is een jaargemiddelde van 40 (μg/m3).

Stikstofmonoxide (NO)

De concentratie stikstofmonoxide (NO) is rond de ochtend- en avondspits hoger. Deze stof komt vrij bij het verbranden van brandstof door auto's, cv-installaties, de industrie en elektriciteitscentrales. Eenmaal in de lucht vindt er een chemisch proces plaats. stikstofmonoxide wordt dan omgezet in stikstofdioxide. Voor stikstofmonoxide bestaan geen wettelijke normen.

Ozon (O3)

Ozon wordt niet rechtstreeks uitgestoten, maar wordt gevormd uit stikstofoxiden, vluchtige organische stoffen en koolmonoxide. De concentratie ozon (O3) is vooral afhankelijk van het weer. In heel Europa wordt de bevolking gewaarschuwd bij ozonconcentraties boven 180 (μg/m3). Een concentratie van 240 (μg/m3) is de Europese alarmdrempel.

Fijnstof (PM10)

De dagelijkse concentratie fijn stof (PM10) is afhankelijk van het weer. In de steden zijn de concentraties overdag gemiddeld iets hoger dan ’s nachts, vooral door de verkeersbijdrage. PM10 is een verzamelnaam voor zwevende, inhaleerbare deeltjes met een maximale doorsnede van 0,01 milimeter. De wettelijke norm is een jaargemiddelde van 40 (μg/m3). Daarnaast mag het daggemiddelde jaarlijks maximaal 35 keer hoger zijn dan 50 (μg/m3).

Fijn stof (PM2.5)

De dagelijkse concentratie fijn stof (PM2.5) is afhankelijk van het weer. In de steden zijn de concentraties overdag gemiddeld iets hoger dan ’s nachts, vooral door de verkeersbijdrage. PM2.5 is een verzamelnaam voor zwevende, inhaleerbare deeltjes met een maximale doorsnede van 0,0025 millimeter. De wettelijke norm is een jaargemiddelde van 25 (μg/m3). Doordat PM2.5 nog kleiner is dan PM10 kunnen deze deeltjes dieper doordringen in de longen en zijn ze schadelijker voor de gezondheid.

Zwaveldioxide (SO2)

De concentratie zwaveldioxide (SO2) is in het algemeen laag. Deze stof komt vrij bij het verbranden van brandstof door zeeschepen, maar ook bij raffinaderijen en energiecentrales. Maximaal drie keer per jaar mag gemiddeld over één dag de concentratie hoger zijn dan 125 (μg/m3). Als gedurende drie uur de concentratie hoger is dan 500 (μg/m3) zal de bevolking geïnformeerd worden.

Roet

De concentratie zwarte rook is rond de ochtend- en avondspits hoger. Deze stof komt vrij bij het verbranden van brandstof door vrachtauto's, schepen en de industrie. De concentratie zwarte rook is een maat voor het aantal roetdeeltjes in de lucht. Roet is het kleinste deel van fijn stof (PM2.5). Er is nog geen wettelijke norm. Doordat roet nog kleiner is dan PM2.5 kunnen deze deeltjes nog dieper doordringen in de longen en zijn dan ook schadelijker voor de gezondheid.

Koolmonoxide (CO)

De concentratie koolmonoxide (CO) is in de buitenlucht normaal rond de 300 (μg/m3). Deze stof ontstaat als er iets verbrandt met te weinig zuurstof. In de buitenlucht zijn vooral het verkeer en houtstook bronnen van koolmonoxide. De wettelijke norm in buitenlucht is 10.000 (μg/m3) gemiddeld over acht uur. Dit niveau wordt in de buitenlucht normaal gesproken niet bereikt.

Benzeen

De concentratie benzeen is normaal zeer laag. De wettelijke norm voor benzeen is een jaargemiddelde van 5 (μg/m3). Bij een daggemiddelde van meer dan 30 (μg/m3) is er volgens de GGD Rotterdam sprake van een mogelijk gezondheidsrisico. Soms worden hogere concentraties gemeten. Het betreft dan meestal een kortdurende situatie en de daggemiddelde waarde zal dan ruim onder de 30 (μg/m3) blijven.

Tolueen

De concentratie tolueen is normaal rond de 5 (μg/m3). Er is geen wettelijke norm voor tolueen. Tolueen lijkt op benzeen, maar is minder gevaarlijk. Verhoogde concentraties kunnen een teken zijn van lekkages bij de industrie of van een verkeerd gebruik van oplosmiddelen.

Xyleen (C8H10)

De concentratie xyleen is normaal rond de 2 (μg/m3). Er is geen wettelijke norm voor xyleen. Xyleen lijkt op benzeen, maar is minder gevaarlijk. Verhoogde concentraties kunnen een teken zijn van lekkages bij de industrie of van een verkeerd gebruik van oplosmiddelen. Net als benzeen en tolueen wordt xyleen ook door het wegverkeer uitgestoten.

Ultra fine particles (UFP)

Ultra fine particles (UFP) zijn zeer kleine deeltjes fijn stof (kleiner dan 0,1 micrometer). UFP wordt uitgedrukt als het aantal deeltjes per kubieke centimeter (cm3). Bronnen van UFP zijn o.a. wegverkeer, scheepvaart, luchtvaart, industrie en houtverbranding. Niveaus: in de stad met weinig verkeer ca. 10.000/cm3; met veel verkeer of dicht bij een andere bron tot boven 100.000/cm3. Er is geen wettelijke norm voor UFP. Er kan nu geen gezondheidskundige betekenis aan de UFP niveaus worden ontleend.

Waterstofsulfide (H2S)

De concentraties Waterstofsulfide (H2S) zijn over het algemeen heel laag. H2S is een sterk ruikend gas dat het meest gekend is als de oorzaak van de geur van rotte eieren. De concentratie H2S is in het algemeen heel laag. Af en toe zijn de concentraties, vaak in combinatie met Zwaveldioxide (SO2), tijdelijk wat hoger. De oorzaak hiervan is meestal lokale industrie.

{{facebook-box2}}